Tekstbureau Trust the Media: voor perfecte teksten in het Turks en Nederlands. Copywriting en journalistieke artikelen. --- Als kaalheid toelaatbaar is, is een hoofddoek dat ook
Tekstbureau Trust the Media

                       Tekstproducties in het Nederlands en Turks

 

"ALS KAALHEID TOELAATBAAR IS, IS EEN HOOFDDOEK DAT OOK"

Door Seda Önce

Steeds meer moslimmeisjes stuiten tijdens hun studie of werk op onbegrip van de omgeving doordat zij een hoofddoek dragen. De een neemt het voor lief en laat haar hoofddoek achterwege, de ander is strijdlustiger en klopt aan bij één van de anti-discriminatiebureaus of de Commissie Gelijke Behandeling.

Uit de cijfers van de Commissie Gelijke Behandeling blijkt dat het aantal klachten in 2004 fors is toegenomen. Parallel aan de anti-islamtendens van de laatste jaren in Nederland, zijn veel moslims bewuster met hun geloof bezig. Hoe harder politici ‘aanpassen’ roepen, hoe meer mensen teruggrijpen naar de eigen roots en hun rechten opeisen.

“Mijn hoofddoek is een deel van mijn identiteit, dit ben ik.” Bouchra Aoueriaghel (22) volgde een kappersopleiding toen zij door het bestuur van de school werd verzocht haar ‘gewaad’ achterwege te laten wanneer zij zich in het schoolgebouw bevond. Argumenten: de kwaliteit van onderwijs kan op deze manier niet worden gewaarborgd. Tijdens de opleiding moeten studenten elkaars haar opmeten, masseren en verzorgen en met een hoofddoek is dit niet mogelijk. De school is niet onder de indruk als Bouchra de alternatieven, zoals het werken op een pop, opsomt. Zij wordt voor een keuze gesteld: hoofddoek af en verdergaan met de les, of onmiddellijk het gebouw verlaten. Bouchra koos voor het laatste. “Je voelt je een dweil”, zegt ze. “Je stelt eigenlijk niets voor, er wordt op je neergekeken omdat je een hoofddoek draagt. Iedereen heeft de mond vol van de vrijheid van meningsuiting, mijn hoofddoek is daar toch ook een vorm van?!”

Bouchra is één van die meisjes die het er niet bij laten zitten en diende bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) een klacht in. Het argument van de school dat het haar essentieel voor de opleiding is, wordt tijdens de zitting terzijde geschoven als de Commissie informeert naar de omgang met kale leerlingen; worden zij ook geweigerd? De kappersopleiding is geen uitzonderingspositie. Een hoofddoek is een deel van de identiteit en deze kan niet zomaar worden afgenomen. De vergelijking met petten, hoeden of andere vormen van hoofddeksels vindt de Commissie niet opgaan, dat zijn slechts modeverschijnselen. Verbied je echter een hoofddoek, dan wijs je het geloof van die persoon af. De Commissie Gelijke Behandeling kwam op 16 juni tot de conclusie dat het haar inderdaad erg belangrijk is op de kappersopleiding,  maar dit betekent niet dat het haar van elke cursist zichtbaar moet zijn. Als kaalheid geen probleem is op de opleiding, dan is een hoofddoek dat ook niet, zo laat de Commissie weten.

Geen moslimhaters

“Wij zijn geen clubje van moslimhaters, wij hebben geen enkele moeite met Marokkanen, Turken of andere moslims,” vertelt de heer Abers, directeur van de opleiding. “Maar op deze manier kan er geen goed onderwijs worden gegeven, en dat is toevallig wel ons hoofddoel. Het leren van het kappersvak staat centraal, en niet alleen een hoofddoek maar geen enkele vorm van hoofdbedekking wordt op de school getolereerd. Veel moslimmeisjes hebben respect voor deze regel en doen hun hoofddoek tijdens de lessen af. Afzien? Als je ergens aan begint, heeft dat consequenties, er is genoeg keuze en er zijn genoeg andere opleidingen.”

Belemmerd? 

Juist hierin schuilt onrechtvaardigheid volgens Bouchra, op deze manier worden meisjes voor een onmogelijke keuze gesteld en belemmerd om het vak te leren waar hun hart ligt. Zij kan zich vinden in de uitspraak van de schooldirecteur dat het haar nou eenmaal centraal staat in een kappersopleiding. Maar wel stelt ze: “Je haar kan er nog zo verzorgd en mooi uitzien, als je als kapster niet vriendelijk en servicegericht bent, kom je er niet. Het haar van de kapster is hier ondergeschikt aan.”

Niqab

In 2003 verschijnt op een school een aantal meisjes in Niqab, een hoofddoek die het hele gezicht behalve de ogen bedekt. Een nieuw verschijnsel in Nederland. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W) krijgt sindsdien steeds meer vragen van scholen. Het is voor scholen onduidelijk hoe zij hiermee om moeten gaan. Uit de vragen bleek dat schoolbesturen veelal niet weten wat zij wel en niet mogen verbieden en wat wel of niet toelaatbaar is. De Commissie Gelijke Behandeling stelde het advies ‘Leidraad kledingvoorschriften voor scholen’ op. Het ministerie gebruikte deze aanbeveling als richtlijn voor scholen bij gezichtssluiers en hoofddoeken, als houvast voor scholen bedoeld. De Algemene Wet Gelijke Behandeling vormt de basis voor dit advies. Over het dragen van gezichtsbedekkende sluiers zijn alle partijen het eens. De school moet met het oog op de veiligheid weten wie zich in het schoolgebouw bevinden en met deze vorm van bedekking is dat onmogelijk. Maar bij het overgrote deel van de gevallen ligt het niet zo duidelijk als bij de Niqab.

Leidraad 

Het ministerie van OC&W meent dat de leidraad helder en duidelijk is, veel ruimte voor meerdere interpretaties is er volgens hen niet. In de praktijk blijkt echter dat elk geval apart dient te worden bestudeerd en zoals in het geval van Bouchra, is het lang niet altijd duidelijk wat wel en niet toelaatbaar is. Vooral de term ‘indirect onderscheid’ die in de leidraad staat, kan op veel manieren worden uitgelegd. Zegt men “Wij willen niet dat je een hoofddoek draagt omdat wij niks met de islam te maken willen hebben ,", dan is de zaak duidelijk voor de Commissie Gelijke Behandeling. Dit valt onder ‘direct onderscheid’ en volgens de wet is dat discriminerend en dus verboden. Het ‘indirecte onderscheid’ is volgens een woordvoerder van de Commissie veel ingewikkelder en komt veel vaker voor. De aanvaring van Bouchra met de schoolleiding valt onder dit onderscheid. Het argument van de school is dat het onderwijs wordt belemmerd, en dit soort klachten bezorgen de Commissie veel meer werk. “Want ieder geval is uniek, en dat maakt het ook zo moeilijk. De achterliggende gedachte en de omstandigheden zijn belangrijk, en deze zijn niet altijd even gemakkelijk te toetsen”, legt een woordvoerder uit. Wat scholen met de uitspraak van de Commissie doen, mogen ze zelf weten. In de praktijk neemt ongeveer 75% van de verweerders het advies over, maar bindend is de uitspraak niet. Gedupeerden zouden de uitspraak van de Commissie wel kunnen zien als een soort proefproces: heb je daar succes maar leidt dit er niet toe dat de tegenpartij haar of zijn gedrag verandert, dan zou je naar de kantonrechter kunnen stappen. Zijn oordeel is wel bindend. De kans is erg groot dat de uitspraak van de rechter hetzelfde is als de uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling.

Onwetend 

Bouchra vindt het jammer dat veel meisjes niet op de hoogte zijn van hun rechten, of hun recht niet opeisen. Hierdoor worden ze vaak belemmerd in het realiseren van hun toekomstdromen. Zelf is ze op zoek gegaan naar een andere opleiding, waar ze wel welkom was met haar hoofddoek. "Veel mensen denken dat een meisje met een hoofddoek hiertoe wordt gedwongen. Men vindt het vreemd als meisjes met een hoofddoek ook een eigen mening en leven hebben. Als ik met hoofddoek op mijn skates sta, staan sommige mensen mij gewoon verbaasd na te kijken!!” 

 

 

 

 

 

 

Voorbeeldartikel MZine

                        

 
  home  |  diensten  |  over ons tarieven  |  portfolio  |  contact  |  links